welkom op onze website!

Huidige Datum: 21-10-2017

 

Pagina : INFO

 

 

 

(Voor Int. Explorer)

Naar einde

 

 

swacauwenbergh@ yahoo.com

 

MENU: maak hieronder uw keuze door erop te klikken..

  1. Zijn er wel Belgen?
  2. Zijn de Vlaamse strijd en de taalstrijd dan niet overbodig geworden
  3. Hoe zit dat nu met de geldstromen?
  4. Is het waar dat Wallonië vroeger het arme Vlaanderen heeft geholpen?
  5. Vlaams geld in Vlaamse handen: maar wat kunnen we ermee doen?
  6. Is het Belgische federalisme een vloek of een zegen voor Vlaanderen?
  7. Eén land of twee werelden?
  8. Is België wel een democratie?
  9. Wie heeft er belang bij het voortbestaan van België?
  10. Heeft België een meerwaarde voor Vlaanderen?
  11. Hoe realistisch is het ‘België Barst’- scenario?
  12. Is een onafhankelijk Vlaanderen wel levensvatbaar?
  13. Burgeroorlog of fluwelen scheiding?
  14. Maar wat met Brussel? En de koning?
  15. Veroordelen we Wallonië dan niet tot de bedelstaf?
  16. Is de Vlaamse onafhankelijkheid niet in strijd met het Europese eenwordingsproces en de wereldwijde globalisering?
  17. Zal de internationale politiek de Vlaamse onafhankelijkheid wel aanvaarden?
  18. Maar willen de Vlamingen dat wel?
  19. En wat na de boedelscheiding?
  20. Vlaamse onafhankelijkheid: allemaal goed en wel, maar worden we daar ook beter van?

INHOUD        

1. Zijn er wel Belgen?

Wat is dat nu met het fameuze ‘België-gevoel’? Het minste wat gezegd kan worden is dat het wel op een erg laag pitje brandt. Veel enthousiasme weekt België niet meer los. Vraag aan tien landgenoten wat ze typisch Belgisch of zo leuk aan dit land vinden en het regent voorspelbare clichés: de koning, pralines, frieten, de Belgische keuken… Het Belgische volkslied “de Brabançonne” blijft steken in vaag geneurie of beperkt zich doorgaans tot het gemurmel van drie woorden: ‘o dierbaar België’. De Belgische driekleur wordt nog zelden uit de kast gehaald, of het moest zijn voor een voetbalwedstrijd van de ‘Rode Duivels’. Al valt ook daar de laatste jaren niet veel eer meer te rapen. En dat het Belgische regime zijn toevlucht moet zoeken tot kleuters en lagere schoolkinderen om bij een bezoek van de koning op bevel met Belgische vlagjes te zwaaien, getuigt ook al niet van enig spontaan Belgisch volksgevoel. Het samenhorigheidsgevoel - “l’ union fait la force” - is ver zoek. 

De reden voor het ontbreken van een Belgisch natiegevoel ligt voor de hand: de Belgische staatsgrenzen zijn geen volksgrenzen. België is een kunstmatige staat, een product van buitenlandse diplomaten. Er is geen gemeenschapsgevoel, geen gemeenschappelijke taal, niet dezelfde mentaliteit, niet dezelfde politieke cultuur. Vergelijk het maar met een tandem, waarbij de éne fietser naar links wil en de andere naar rechts. Het ontstaan van België is een historische vergissing waarvoor de Vlamingen nog elke dag de prijs betalen. 

Het kan best zijn dat heel wat Vlamingen op de vraag of België moet barsten met ‘neen’ antwoorden, maar dat heeft dan wellicht meer te maken met een zekere behoudsgezindheid of de angst voor verandering dan met een warme liefde voor het Belgische vaderland. En met een nijpend gebrek aan duidelijke en betrouwbare informatie over de kosten en baten - de kosten van België en de baten van een onafhankelijke Vlaamse staat. Wat wel vast staat, is dat meer en meer Vlamingen vinden dat Vlaanderen meer autonomie en meer bevoegdheden moet krijgen, dat meer en meer Vlamingen beseffen dat er met de Franstaligen geen land te bezeilen valt, dat meer en meer Vlamingen hun buik vol hebben van de Waalse arrogantie en de veto’s.

De Waalse politicus Jules Destrée zei het al: “Sire, il n’y a pas de Belges”. België is - bij gebrek aan Belgen - op sterven na dood.

“Franstalige media doen het voorkomen dat Franstalige partijen de redders zijn van België en dat Vlamingen spelbrekers zijn. Dat is niet waar. België kan mede zijn 175ste verjaardag vieren door toedoen van Vlaamse politici die dapper roepen bij de bierpomp maar die niet verder komen dan ‘onverwijlde’ ultimatums en desnoods twee keer betalen. Welk ander volk zou zoveel geduld hebben?”

Publicist Derk Jan Eppink in De Standaard van 3 maart 2005

2. Zijn de Vlaamse strijd en de taalstrijd dan niet overbodig geworden?

Dat Vlamingen tegenwoordig in hun eigen taal terecht kunnen in het gemeentehuis, in de rechtbank, in het onderwijs vinden wij vanzelfsprekend. Maar het is ooit anders geweest.

Van bij het ontstaan van België was het er de machthebbers om te doen de Vlamingen dom te houden, de Vlaamse cultuur te vernietigen en het Nederlands uit te roeien. De voornamelijk Franstalige leidende klasse maakte daar trouwens geen geheim van. Charles Rogier, één van de stichters van de Belgische staat, zei letterlijk dat “de taal van de Vlamingen moet worden uitgeroeid”. Eén van zijn bekendste spreuken laat weinig aan de verbeelding over: “La Belgique sera latine, où elle ne sera pas”. België zal Franstalig zijn, of niet zijn…

De Vlaamse tragedie aan de IJzer - Wereldoorlog I - waarbij ongeschoolde Vlaamse frontsoldaten door hun officieren met Franse bevelen onder het motto “et pour les flamands la même chose” de dood werden ingejaagd, wordt vandaag door progressieve en politiek-correcte geschiedenis(her)schrijvers modieus ontkend of meewarig afgedaan als ‘een mythe’. Maar het is wel een historisch feit. Net zoals de uitlating van Kardinaal Mercier, die botweg verklaarde dat het Nederlands als taal gewoon ongeschikt was voor het onderwijs, ‘een taal voor keuterboeren’…

België heeft de Vlamingen altijd stiefmoederlijk behandeld. Onze taalrechten werden pas erkend en de taalwetten afgedwongen na een generatielange strijd van Vlaamsgezinden. De taalwetten werden in ons land trouwens altijd met de voeten getreden. Ook nu nog. Denk maar aan de ronduit schandalige taaltoestanden in de Brusselse ziekenhuizen, waar Vlaamse patiënten als marginalen worden behandeld. “Flamand, connais pas”… klinkt het in het beste geval.

In 1962 werd de taalgrens vastgelegd. Daarbij werd het land opgedeeld in homogene taalgebieden: Nederlands in Vlaanderen en Frans in Wallonië. De hoofdstad Brussel, gelegen op Vlaams grondgebied, werd officieel tweetalig. Maar de Franstaligen hebben zich nooit neergelegd bij die situatie.

Volgens de grondwet zijn alle Belgen gelijk voor de wet, maar de Franstaligen zijn vast en zeker wat gelijker. In de Vlaamse rand rond Brussel wisten ze ‘faciliteiten’ af te dwingen. De faciliteitengemeenten behoren dan wel tot Vlaanderen, de Franstaligen zouden er - in afwachting van hun integratie - ‘tijdelijk’ in hun eigen taal bediend worden door de overheid. Integendeel, na al die jaren is duidelijk dat de Franstalige inwijkelingen helemaal niet geïnteresseerd zijn in integratie en er niet aan dachten de taal van hun gastheer te (leren) spreken. De faciliteiten worden niet langer beschouwd als een tijdelijk voorrecht maar als een verworvenheid. Ze zijn ook geen integratiemaatregel maar een verfransingsmachine, waarvoor de Vlamingen ook nog eens betalen in het Franstalig onderwijs ter plaatse…

Waar er faciliteiten in Wallonië zelf zijn, worden die gewoon niet nageleefd. Zo weigert de Franse Gemeenschap, ondanks de wettelijke verplichtingen daartoe, ook maar één euro te betalen voor de Vlaamse school in Komen. Voor het Franstalige faciliteitenonderwijs in Vlaanderen betalen de Vlamingen braafjes tien miljoen euro per jaar…

Maar ook dat is allemaal nog niet genoeg. In de discussie over het tweetalige kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde - flagrant in strijd met de grondwet - verklaarde Elio Di Rupo zonder blikken of blozen: “De Vlamingen zeggen dat de taalgrens en de grenzen van Brussel voor eeuwig vastliggen. Dat kan niet. Daar kunnen wij niet mee leven”. Commentaar overbodig.

De Brusselse situatie bewijst dat wie zegt dat de Vlaamse strijd en de taalstrijd overbodig geworden zijn, zich vergist of met oogkleppen rond loopt. Zeker nu, binnen de Europese context wacht Vlaanderen trouwens enkele grote uitdagingen. Enkel een slagvaardige staat kan standhouden tegen de Europese voogdij die de Vlamingen, hun cultuur, economische dynamiek en taal zou kunnen aantasten. In eigen land moeten de aanhoudende oproepen om het hoger onderwijs in de toekomst in het Engels te houden ons aanzetten tot waakzaamheid. We voelen er weinig voor om de moeizaam bevochten positie van het Nederlands opnieuw op de helling te zetten. Het gaat in België trouwens al lang om veel meer dan een taalkwestie…

“Hét probleem tussen Vlaanderen en Wallonië is niet de taal, wél de Belgische staat zelf.”

Paul-Henri Gendebien, voormalig voorzitter van het Rassemblement Wallonie-France

in Gazet van Antwerpen van 20 maart 2002

Hoe zit dat nu met de geldstromen? Wat kost België ons?

 

Graag vestigen wij de aandacht van op twee interessante studies, één van Vives (KU Leuven) en een van CERPE (Univ Namur) over de transferten van overheidsgelden tussen de gewesten in ons land.

Deze lopen op tot méér dan 11 miljard euro per jaar. Dat is  1.800 euro per Vlaming per jaar ! Dus 7.200 euro per jaar voor een modaal gezin met twee kinderen.

11 miljard euro transfers van Vlaanderen naar Wallonië

In een eerdere Vives-studie (KUL) uit 2010 werden al de financiële stromen van Vlaanderen naar Wallonië voor het jaar 2007 berekend op 5,7 miljard euro. Hierbij werd toen rekening gehouden met de drie traditionele luiken van de transferberekening, zijnde de stromen vervat in de federale overheidsuitgaven buiten de sociale zekerheid (goed voor 1,1 miljard euro), in de Bijzondere Financieringswet (goed voor 1 miljard euro), en in de sociale zekerheid (voor 3,6 miljard euro, waarvan 0,2 miljard naar Brussel).

Interessant is wellicht ook het gegeven dat Vlaanderen in 2007 goed was voor 62,18 % van de federale inkomsten uit belastingen en sociale bijdragen. Wallonië stond in voor 28,19 %, Brussel voor 9,63 %. Aan de uitgavenzijde krijgt Vlaanderen slechts ongeveer 57 % terug en Wallonië 33 %. Brussel "krijgt" ongeveer zijn eigen aandeel in opbrengsten terug. In deze studie werden de rente-uitgaven op de overheidsschuld evenwel niet meegerekend.

 
In de nieuwe Vives-studie (KUL) van april 2011 wordt dit manco weggewerkt en het geeft meteen ook het belang van deze verfijning weer. De studie toont immers aan dat de transfers uit rentebetalingen zelf ook oplopen tot ruim 5 miljard euro zodat de totale transfers meer dan 11 miljard euro bedragen.

De helft van de totale transfers kan dus toegeschreven worden aan intrestlasten uit de federale overheidsschuld.

De studie toont aan dat de transfers door rentelasten zo hoog oplopen door voornamelijk twee factoren:

(1) De studie wijst logischerwijze de rentelast verhoudingsgewijze toe aan elk gewest in de mate dat het gewest de schulden heeft veroorzaakt. Doordat het jaarlijks tekort in Wallonië zo hoog oploopt, en Vlaanderen daarentegen meestal een overschot boekt, moet het grootste deel van de staatsschuld bijgevolg aan Wallonië worden toegeschreven. Hierdoor zijn de transferts in de rentebetalingen nog veel hoger dan in de gewone uitgaven : de schuld wordt immers verhoudingsgewijs veel meer door Wallonië veroorzaakt dan door Vlaanderen.

(2) Men stelt vast dat deze situatie zich zelfs voordoet wanneer  de inkomsten groter zijn dan de uitgaven (exclusief de rentelasten) (het zogenaamde primaire begrotingsoverschot) omdat er door de rentelasten toch nog  een begrotingstekort ontstaat. Het (primair) begrotingsoverschot is immers kleiner dan de rentelasten en zo maakt men elk jaar nieuwe schulden om de rente te kunnen betalen (zogenaamde rentesneeuwbal).

Het toont de noodzaak aan om grondig te saneren, een oefening die Vlaanderen wel maakte  en die Wallonië bewust “uitstelde”.

De studie toont op deze wijze finaal aan dat de transferten uit rentelasten groter zijn (de helft) dan deze via de sociale zekerheid (een derde). Precies omdat het ene gewest de schulden maakt waarop het andere nadien de facto de intresten moet betalen. Daarom is het technisch gesproken vooral in het belang van Vlaanderen dat de federale staat haar overschot zou vergroten (bijv. door te saneren) waardoor de interestlast voor Vlaanderen verhoudingsgewijze meer zou dalen.


Een andere recente studie, gepubliceerd begin mei 2011, van CERPE (Universiteit van Namen) is daarom ook bijzonder interessant
.
Dit studiecentrum kan bezwaarlijk verdacht worden van Vlaamse sympathie en tendentieuze berekeningen in die zin.

De economen stellen zich de vraag wat de te financieren kosten zouden zijn voor elk gewest wanneer elk gewest morgen onafhankelijk zou zijn en er geen transferten meer zouden zijn. Ze vinden deze benadering trouwens relevanter dan het berekenen van de transferten op zich.

In het crisisjaar 2010 was voor de federale overheid het verschil tussen ontvangsten en uitgaven (zonder rentelasten) negatief voor een bedrag van 1,638 miljard euro (een primair tekort dus). Dit tekort was volgens deze Waalse studie als volgt samengesteld :

 

Brussel:           + 0,276 miljard euro (klein overschot)

Vlaanderen:     + 4,350 miljard euro (overschot)

Wallonië:          -  6,264 miljard euro (tekort)

De studie berekent ook dat over de periode 2006-2010 (= vijf jaar) Vlaanderen een primair overschot boekte van 41,5 miljard euro (gemiddeld 8.3 miljard per jaar),terwijl Wallonië over dezelfde periode een primair tekort boekte van 21,2 miljard (gemiddeld - 4.24 miljard per jaar).

Als men weet dat de totale federale rentelasten om en bij de 12,5 miljard euro bedragen, dan kan men snel berekenen hoe het saldo per gewest zou evolueren, inclusief rentelasten. Zelfs indien de rentelast zou verdeeld worden volgens de bevolking (58 % voor Vlaanderen en  32 % voor Wallonië - en dus niet eens volgens de oorsprong van de schuld wat normaal zou zijn), blijkt uit de tabel hieronder de enorme invloed van de rentelasten.

 Vlaams Gewest

 

 aandeel

 

 

primair saldo

rentelast 58%

overschot

jaar 1

8,3

-7,25

1,05

jaar 2

8,3

-7,25

1,05

jaar 3

8,3

-7,25

1,05

jaar 4

8,3

-7,25

1,05

jaar 5

8,3

-7,25

1,05

 

 

 

5,25

 Waals Gewest

 

aandeel

 

 

primair saldo

rentelast  32%

tekort

jaar 1

-4,24

-4

-8,24

jaar 2

-4,24

-4

-8,24

jaar 3

-4,24

-4

-8,24

jaar 4

-4,24

-4

-8,24

jaar 5

-4,24

-4

-8,24

 

 

cumul

-41,2

 

Over de periode 2006-2010 zou Vlaanderen, met de opgegeven verdeelsleutel van de bestaande schuld (volgens bevolking),  zijn deel in de schuld hebben kunnen afbouwen met 5.25 miljard Euro, terwijl Wallonië over dezelfde periode zijn schuld zou hebben zien toenemen met 41.2 miljard. Indien men de samengestelde intrest zou berekenen, vergroot de kloof nog.

Deze  berekeningen, op basis van de Waalse berekening van de tekorten over een periode van vijf jaar, bevestigen dus de studie van Vives : de schuld vindt voornamelijk zijn oorsprong in het Waalse landsgedeelte en doet de transferten nog meer oplopen.


Slotwoord

Deze cijfers tonen aan dat de huidige solidariteit overdreven hoog is, zo hoog dat de Vlaamse welvaart erdoor wordt bedreigd. Alleen door ruime bevoegdheidsoverdrachten en eigen verantwoordelijkheid voor inkomsten en uitgaven kan daaraan een einde gesteld worden. De traditionele Vlaamse partijen hebben deze toestand al veel te lang uit de hand laten lopen, door gebrek aan moed. De weigering van de Franstaligen om over de inhoud van “solidariteit” te praten, toont meer dan ooit de noodzaak van een Onafhankelijk Vlaanderen.

 

 “Daarnaast zijn er de ondoorzichtige transferten tussen noord en zuid die een hypotheek leggen op de ontwikkelingskansen van Vlaanderen.”

Guy Verhofstadt op de VLD-studiedag ‘Meer Vlaanderen’, 14 februari 1998

 

 

“Het weghalen, op een zeer scrupuleuze manier, van de transfers tussen Noord en Zuid. En dat men mij niet komt zeggen dat er ze er niet zijn hé. De misbruiken zitten voor 90 procent in het zuiden van het land. Ze kosten op jaarbasis tientallen miljarden en ze zijn totaal onverklaarbaar en onaanvaardbaar.”

Karel De Gucht, in Gazet van Antwerpen van 23 februari 2002

 

 “In 1999 is vijf miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië gegaan; dat is in verhouding meer dan wat de West-Duitsers aan de voormalige DDR spenderen. Ik wil gerust genereus zijn, maar waarom zouden de Vlamingen dat allemaal blijven betalen?”

VLD-minister Patrick Dewael, in Humo van 25 juni 2002

  

“De cijfers versterken wat de KBC-studie van 2003 al heeft aangetoond.

En ze bevestigen wat het Vlaams Blok - tot ergernis van velen - al jaren beweert.”

Journalist Mathias Danneels over de Aba. m-studie, in Het Nieuwsblad van 21 oktober 2004

 

Na de Tsunamiramp waren alle media het er over eens: een nooit eerder

Geziene golf van Belgische solidariteit bracht 50 miljoen euro bijeen voor de getroffen gebieden in Zuidoost-Azië. Vlaanderen geeft dit bedrag jaarlijks 200 keer aan Franstalig België. De Tsunamisteun ter waarde 50 miljoen euro is nog steeds 20 miljoen euro minder dan wat de Vlamingen om de twee dagen aan Wallonië schenken. (Bron: AKVSZ)

4. Is het waar dat Wallonië vroeger het arme Vlaanderen heeft geholpen?

Verdedigers van de Belgische welvaartsoverdrachten - Franstalige politici op kop - beweren, in een poging om de miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië te rechtvaardigen en te minimaliseren, dat Wallonië ooit het arme Vlaanderen boven water heeft gehouden.

“We moeten de solidariteit instandhouden,” klinkt het veelal uit socialistische hoek. De geldstroom vloeide vroeger omgekeerd, beweert men: het rijke en geïndustrialiseerde Wallonië zou het arme, achterlijke en agrarische Vlaanderen financieel hebben gesteund. Vanuit dat oogpunt is de huidige geldstroom vanuit Vlaanderen dan niet meer dan een soort herstelbetaling, of het aflossen van een financiële en morele schuld uit het verleden. Maar de geldstroom van Wallonië naar Vlaanderen heeft nooit bestaan. Het is een hardnekkig fabeltje, zoals de professor J. Hannes duidelijk heeft kunnen aantonen (‘De prijs van België was altijd hoog,’ in: Secessie, nr. 2 januari 2001, p. 25-37).

Vlaanderen was lange tijd één van de rijkste regio’s van Europa. In het begin van de 19de eeuw leidden economische factoren, maar ook de oprichting van de anti-Vlaamse Belgische staat in 1830 ertoe dat de welvaart geleidelijk verminderde. De verarming in Vlaanderen werd een harde realiteit, onder andere als gevolg van opeenvolgende misoogsten. Ondertussen kon Wallonië, dankzij de aanwezigheid van steenkool, zijn industrie ontwikkelen en zo zijn welvaart vergroten. Toch werd Vlaanderen ook toen al waarder belast dan het rijke zuiden. In de periode 1832- 1912 betaalden de 4 Vlaamse provincies, met 44,1% van de bevolking 44% van alle belastingen. Wallonië betaalde 30% van de belastingen voor een bevolkingaandeel van 38,2%. Het is frappant dat Vlaanderen zijn aandeel in de belastingen volledig betaalde, terwijl het aandeel van de Waalse ontvangsten ver onder zijn bevolkingsaandeel lag. Oorzaak hiervan was een verouderde fiscale wetgeving die de nadruk legde op de waarde van het grondbezit. Hierdoor werd Vlaanderen te zwaar belast: het werd belast op zijn verleden. Dezelfde onaangepaste wetgeving belastte de nieuwe zware nijverheid onvoldoende, waardoor Wallonië kon genieten van een fiscale voorkeursbehandeling. laanderen heeft zijn teveel gestorte geld nooit teruggezien. Het kapitaal investeerde praktisch niet in Vlaanderen; de overheid deed dat wel, maar onvoldoende.

Hoewel Vlaanderen - zonder Brabant - toen 44% van de belastingen betaalde, kreeg het maar 35 tot 37% van de overheidsinvesteringen. Ook in de 19de eeuw was er dus al een transfer van Noord naar Zuid, en zeker niet omgekeerd. De Waalse geldstroom naar Vlaanderen is een mythe, een politieke leugen. Maar waarom blijft de Vlaming deze structurele diefstal pikken onder het mom van ‘solidariteit’? Journalist Roger Van Houtte zei het zo in Gazet van Antwerpen van 30 juli 2004:

Vandaag is de Vlaming niet meer straatarm, ongeletterd of uitgehongerd, maar nog steeds reageert hij niet tegen het fundamentele onrecht van een verplichte verarming. Hij legt er zich bij neer dat zijn Vlaamse regering weer niet de nodige middelen zal hebben. Die zijn ‘getransfereerd’. Hij is ervan overtuigd - en de jongste generatie nog meer - dat Vlaanderen de Waalse broeders moet terugbetalen. De Vlaming gelooft dat een hold-up solidariteit is. Wetenschappers, die het omgekeerde kunnen bewijzen, komen niet op tv. Die kennen er niets van. De slaafse onderworpenheid zit werkelijk in onze genen.”

    

“Ik zoek al 40 jaar naar voorbeelden van solidariteit van het zuiden met het noorden. Ik heb er nooit gevonden.”

Juul Hannes, emeritus hoogleraar Economische Geschiedenis aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel, in Trends van 22 april 2004

 

“Vlaamse politici vertrekken steevast van het beginsel dat België niet mag barsten. België zal nog lang niet barsten. Het barst op de dag dat de Franstaligen één eurocent betalen aan de Vlamingen.”

Juul Hannes, in Trends van 22 april 2004.

5. Vlaams geld in Vlaamse handen: maar wat kunnen we ermee doen?

Wat zou Vlaanderen met dat geld kunnen doen?

Belastingen verlagen

Een geldstroom van 11 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië betekent dat elke Vlaming jaarlijks 1.800 euro aan de Walen ‘schenkt’. Om de vier jaar geeft elk Vlaams gezin dus een bedrag ter grootte van de aankoop van een gezinswagen aan Wallonië.

Wat zou Vlaanderen met dat geld kunnen doen?  

Belastingen verlagen

Men kan de  personenbelasting in Vlaanderen gemakkelijk verlagen.

 

Pensioenen verhogen

Met het geld van de transfers kan de uitkering van elke pensioengerechtigde verhoogd worden. Het spreekt voor zich dat dit geld in de eerste plaats moet worden gebruikt om de armzalige (overlevings)pensioenen van onze eigen Vlaamse bejaarden gevoelig op te trekken.

 Loonkostenhandicap wegwerken

De loonkostenhandicap ten opzichte van onze buurlanden is te hoog. Met een deel van de 11 miljard kunnen we deze handicap ombuigen in een concurrentieel voordeel  tegenover de buurlanden.  

Sociale woningen bouwen

Er staan meer dan 70.000 personen op de wachtlijst in Vlaanderen. Met een deel van de 11 miljard euro kunnen  tienduizenden sociale woningen worden gebouwd. .

Globaal pakket aan maatregelen

Bovenstaande cijfervoorbeelden geven een beeld van de omvang van de transfers en van wat mogelijk is met dat geld. Maar natuurlijk kunnen we daarmee niet alles doen. Het spreekt voor zich dat de transfergelden moeten worden verdeeld over een globaal pakket van sociale maatregelen en initiatieven voor een dynamische Vlaamse economie.

*Het gevoelig optrekken van de kinderbijslagen.

*Laagste pensioenen verhogen.

*Het ondernemingsklimaat moet in Vlaanderen gevoelig verbeteren. De loonkost moet omlaag.

*Er moet een verlaging van de werknemersbijdragen en een gelijkaardig bedrag aan een verlaging van de werkgeversbijdragen komen. 

*Verder moet een bedrag voorzien worden voor de uitbouw van een Vlaamse gezondheidszorg en de versnelde afbouw van de wachtlijsten in de welzijns- en gezondheidszorg.

*Voor de vergrijzing van de bevolking moet ook een deel gebruikt worden.

6. Is het Belgische federalisme een vloek of een zegen voor Vlaanderen?

Schijnfederalisme

Vlaanderen beschikt niet over fiscale autonomie, waardoor het zijn geld naar goeddunken zou kunnen besteden, maar is afhankelijk van het geld dat door het Belgische niveau ter beschikking wordt gesteld. Vlaanderen heeft een fi scale autonomie van amper 20 procent. In échte federale staten, zoals de Verenigde Staten en Zwitserland, beschikken de deelstaten over 50 procent van hun inkomsten. De deelstaten van Duitsland en Canada zijn voor twee derde fiscaal autonoom.

Belgisch federalisme als valstrik

De Vlamingen beseffen te weinig dat zij, met 60 procent van de bevolking, de meerderheid binnen België vormen. Vlaanderen is goed voor 70 procent van de Belgische economie en ruim 80 procent van de export. Indien België een normaal land was, zou het dus overwegend Nederlandstalig zijn. Maar België is geen normaal land. Na het mislukken van de poging om Vlaanderen volledig te verfransen, is het ‘federalisme’ uitgedacht: een systeem dat aan de Vlaamse meerderheid en de Waalse minderheid evenveel macht geeft, en dat ervoor zorgt dat de stroom van Vlaamse miljarden naar Wallonië blijft voortduren.

De invoering van het federalisme was in de eerste plaats een poging om het koninkrijk België te redden, maar geeft de Vlamingen niet waar ze recht op hebben. Het werd geen stap vooruit, maar een valstrik.

Geen oplossing

Na de oprichting van België in 1830 werd Vlaanderen bijna helemaal verfranst. Slechts met grote moeite slaagde de Vlaamse Beweging er in om de Nederlandse taal en cultuur binnen België veilig te stellen. Naarmate de Vlaamse demografische meerderheid zich door het algemeen stemrecht en de economische opgang van Vlaanderen ook in politieke macht vertaalde, nam de druk op het Belgische establishment toe. Vanaf 1970 evolueerde België in de richting van een federaal model. Maar in plaats van twee deelstaten – Vlaanderen en Wallonië – te vormen, werd gekozen voor een bijzonder complexe indeling in vier taalgebieden, drie gewesten en drie gemeenschappen.

De ‘federalisering’ van België werd uitgelegd als een toegeving aan de Vlamingen. Maar in werkelijkheid werd het Vlaamse overwicht in de bevolking ongedaan gemaakt door de invoering van een 50/50- machtsverhouding tussen de Vlaamse meerderheid en de Waalse minderheid (de ‘pariteit’). Door de drieledige gewestvorming kwam Vlaanderen daarenboven steevast tegenover een Waals-Brussels front te staan. De Vlamingen gaven hun numerieke meerderheid dus gewoon weg.

De ingewikkelde Belgische staatsstructuren verhinderen een efficiënt beleid. Vlaanderen en Wallonië hebben over alles een verschillende mening. Door de ingewikkelde Belgische structuur zijn de deelstaten met handen en voeten gebonden aan de Belgische schoonmoeder en ontstaan er voortdurend wrijvingen en conflicten. De politieke macht bevindt zich nog altijd op het federale niveau, waar de Vlamingen niets zelf kunnen beslissen zonder instemming van de Franstaligen. Het Belgische federalisme is vooral een dwangbuis gebleken om rechtvaardige Vlaamse eisen te blokkeren.

 

 

“Vergeet niet dat de hele federalisering is uitgevoerd op basis van het eisenpakket van de Walen.”

Historicus Lode Wils in de Financieel-Economische Tijd van 15 oktober 1994

 

“Ook Elio Di Rupo zal met een vergrootglas moeten zoeken naar een federale staat waar de solidariteit zo genereus is als nu al jaren binnen de Belgische context het geval is.”

Journalist Mathias Danneels in Het Nieuwsblad van 12 mei 2005

7. Eén land of twee werelden?

Vlaanderen en Wallonië zijn twee werelden en er is niets meer waarover beide landsdelen het eens zijn. De opiniemakers die beweren dat ‘de mensen’ niet wakker liggen van communautaire problemen maken zichzelf wat wijs. Want, dat in België intussen élk probleem een communautair probleem is,valt na de heibel rond de nachtvluchten en het vertrek van DHL nog moeilijk te ontkennen.

Wij kunnen niet geloven dat de Vlamingen niet wakker zouden liggen van de werkloosheid, van de vergrijzing en de betaalbaarheid van hun pensioenen, van het mobiliteitsprobleem, van hun veiligheid en de aanpak van de criminaliteit of van de moeizame integratie van vreemdelingen. Welnu, op al die domeinen lopen de standpunten van Vlaanderen en Wallonië mijlenver uit elkaar en niet zelden botsen ze frontaal.

Wallonië wordt wel eens – en niet onterecht – de laatste Sovjetrepubliek in Europa genoemd, met een almachtige socialistische partij en een immens ambtenarenleger. Het Verbond van Vlaamse werkgevers VOKA – het vroegere VEV – klaagde de groeiende economische kloof aan tussen Noord en Zuid: “In Vlaanderen zijn 8 % werklozen, in Wallonië 18 %. Op termijn is die toestand niet langer houdbaar”. Maar de Franstaligen zien daarin geen probleem. Waarom zouden ze zich ook zorgen maken? Zolang de Vlamingen de rekening betalen is er niets aan de hand. En bovendien is het de beste garantie voor de partijtrouw van de PS-kiezers… Toen uitlekte dat langdurig werklozen in Wallonië niet of nauwelijks gecontroleerd worden en dus ook niet gesanctioneerd, zorgde dat voor wat rimpels in de politieke vijver van de Wetstraat, maar een echte verrassing was het al lang niet meer. Laat staan dat er iets gedaan zou worden aan de scheeftrekkingen.

Het gigantische cultuurverschil zet zich door in de politiek, in het beleid en in de stembus. Wallonië denkt en stemt links, Vlaanderen denkt en stemt rechts.

“De kloof tussen Vlamingen en Walen is onder deze regering allesbehalve gedicht. Integendeel, elke dag opnieuw blijkt het verschil in politieke, economische, sociale enculturele visie.”

Prof. Robert Senelle in Knack van 13 februari 2002

 

“Zolang het cordon gehandhaafd blijft, zal Vlaanderen in elke communautaire discussie het onderspit delven.”

VLD-senator Jean-Marie Dedecker in De Standaard van 17 mei 2005

8. Is België wel een democratie?

Natuurlijk, zal u op het eerste gezicht zeggen, wat een vraag. Het lijkt wel een provocatie, maar dat is het bij nader inzien niet. En dan hebben we het nog niet eens over politieke processen en de beknotting van de vrije meningsuiting, maar gewoon over harde cijfers en feiten.

Wist u dat er voor een parlementaire zetel in Vlaanderen veel meer stemmen nodig zijn dan voor dezelfde zetel in Wallonië? In 2003 kostte een Vlaamse zetel gemiddeld 45.000 stemmen, een Waalse zetel maar 37.000 stemmen. Eén en ander zorgde er voor dat de VLD toen meer dan een miljoen stemmen nodig had voor 25 Kamerzetels, terwijl de PS aan 850.000 stemmen genoeg had om ook 25 zetels te behalen. Met 200.000 kiezers werd de N-VA vertegenwoordigd door 1 parlementslid. Met hetzelfde aantal stemmen sleepte Ecolo maar liefst 4 zetels uit de brand. Het democratische principe ‘one man, one vote’ blijkt in België een rekbaar begrip…

En dat is nog niet alles. Daarnaast zijn er nog de pariteit (gelijke vertegenwoordiging in de regering), bijzondere meerderheden en zogenaamde ‘alarmbelprocedures’ om te verhinderen dat de Vlamingen van hun numerieke meerderheid gebruik zouden kunnen maken. Om een aantal wetten goed te keuren, is een tweederde meerderheid nodig in beide Kamers, en daarbovenop nog eens een gewone meerderheid in elke taalgroep. Al die maatregelen zijn erop gericht om de democratische Vlaamse meerderheid uit te schakelen of aan banden te leggen.

Want als Vlaanderen zijn meerderheid gebruikt, barst België. Elio Di Rupo gaf dat in de marge van het dossier Brussel-Halle- Vilvoorde zelfs openlijk toe in een interview met Het Laatste Nieuws. Op de suggestie van de journalist dat de Vlamingen als het er op aankomt nog altijd gewoon hun meerderheid in het parlement kunnen gebruiken om de splitsing door te voeren, antwoordde Elio: “Dat zou dan het einde van België zijn”. De journalist kaatste de bal terug met de opmerking: “Dat zou democratie zijn”. Waarop Di Rupo zei: “Dan zal de democratie het einde van België zijn”… Eigenlijk moeten we Elio Di Rupo dankbaar zijn voor zoveel duidelijkheid. België is geen democratie. Voor één keer gaan we Di Rupo niet tegenspreken.

“De zes miljoen Vlamingen, die al grondwettelijk geketend en gekluisterd waren door bijzondere meerderheidsregels en de taalpariteit in de ministerraad, zijn nu helemaal een politieke minderheid geworden. InBelgië kan een rechtmatige en redelijke politieke doelstelling (bijvoorbeeld de splitsing van B-H-V) niet meerlangs democratische weg worden gerealiseerd.”

Journalist Mark Deweerdt in De Tijd van 14 mei 2005

9. Wie heeft er belang bij het voortbestaan van België?

Het ligt natuurlijk voor de hand dat het koningshuis pleit voor het voortbestaan van België. Het gaat immers om hun job en die van hun kinderen. Koning Albert krijgt daarvoor de steun van alle Franstalige partijen en vergeet daarbij even dat de Franstalige minderheid het land na de Tweede Wereldoorlog aan de rand van de afgrond bracht door Leopold III tot ontslag te dwingen, nadat een democratische - vooral Vlaamse - meerderheid zich in een referendum had uitgesproken voor zijn terugkeer.

De plotse Franstalige aanhankelijkheid aan het paleis en de Belgische staat is vooral ingegeven door het eigenbelang. Die Belgische staat is immers tot nader order de beste garantie voor de bescherming van hun belangen en de miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië. Dat levert hen trouwens een aardig verstandshuwelijk op. Zo trekt het Koningshuis in belangrijke politieke dossiers altijd de kaart van de Franstaligen. Denk maar aan het geheime onderonsje van Koning Boudewijn met José Happart, aan de bemoeienissen in het dossier van de Generale Bank, de afgeschoten fusie van Sabena met het Nederlandse KLM en de uitspraken in de politieke crisis rond Brussel-Halle-Vilvoorde.

Aan Vlaamse kant hebben de traditionele partijen als het erop aan kwam ook altijd gekozen voor de Belgische en niet voor de Vlaamse belangen. Stoere Vlaamse taal als ze in de oppositie zitten en Vlaamse toegevingen van zodra ze in een Belgische regering stappen. Zo is het altijd geweest. Van CVP tot CD&V en van PVV tot VLD. Ook de aan de traditionele partijen verbonden vakbonden en ziekenfondsen kiezen nog altijd voor de zogenaamde Belgische ‘solidariteit’. Zelfs als dat ingaat tegen de belangen van hun Vlaamse leden en de diefstal van Vlaamse welvaart dagelijks tientallen jobs kost. Het is duidelijk dat ze de Belgische ‘evenwichten’ en profijtjes veilig willen stellen.

Dat links in Vlaanderen in de bres springt voor het behoud van het oude, voorbijgestreefde en totaal achterhaalde België mag op het eerste zicht verbazing wekken. Wie is er in feite ‘conservatief ’? Voor die houding zijn enkele simpele verklaringen. Links is een vurig aanhanger van de multiculturele samenleving en België moet in hun ogen het lichtende voorbeeld zijn van een staat waarin meerdere volkeren en culturen vreedzaam kunnen samenleven. En ja, als het tussen Vlamingen en Walen al niet wil lukken, hoe zou het dan kunnen lukken tussen mensen waarvan de culturele, etnische en religieuze verschillen nog ettelijke keren groter zijn?

Een tweede verklaring volgt uit eenvoudige electorale berekeningen. De linkerzijde stelt in Vlaanderen niet zoveel meer voor. Uit een enquête van het vakblad ‘De Journalist’ (mei 2003) bleek dat de pers overwegend of uitsluitend links is, maar de meerderheid van de kiezers stemt rechts of centrum-rechts. Toch wordt Vlaanderen opgezadeld met een links bestuur. Links is als de dood voor een rechts of conservatief “Beieren aan de Noordzee”. Het bestaan van België is hun reddingsboei, de laatste strohalm waaraan ze zich vastklampen. Het geeft hen een politiek gewicht dat helemaal niet meer in verhouding staat tot hun resultaten in de stembus. Dankzij de band met de machtige Parti Socialiste zijn ze immers verzekerd van de macht.

En zo hebben de Franstaligen en de linkerzijde, het Koningshuis en het Belgische establishment elkaar gevonden in een verstandshuwelijk, een bizar monsterverbond, een verbond tegen Vlaanderen.

Journalist Karl Van den Broeck windt daar ook geen doekjes om in De Morgen van 28 februari 2005: “België mag Vlaanderen dan al jaarlijks vele tientallen miljarden kosten, dankzij het sterke linkse blok in Wallonië blijft het gespaard van een rechtse politiek. Toegegeven, het is een opportunistisch argument om het vermaledijde België in stand te houden. Maar wel een ijzersterk.”

Zo hoort u het ook eens van een ander. Dankzij België zit de Vlaamse kiezer - die vooral rechts stemt - opgezadeld met een linkse regering en een beleid waarvoor hij niet gekozen heeft. Wat Van den Broeck een argument voor het behoud van België noemt, is voor ons een argument temeer voor Vlaamse onafhankelijkheid. Een ijzersterk argument.

“De splitsingseis van de Vlaamse ziekenhuizen bewijst alvast dat communautaire tegenstellingen meer zijn dan hersenspinsels van wereldvreemde politici en wel degelijk ook bij de basis leven. In dit geval gaat die basis zelfs in tegen de eigen zuilen. Die zuilen hebben alle belang bij het voortbestaan van een federale sociale zekerheid, maar weten dat belang handig te verdoezelen met een discours van solidariteit.”

Journalist Stefaan Huysentruyt in De Tijd van 23 november 2004

  

“Voor de façade worden ter verdediging van het cordon sanitaire ‘anti-racistische’ argumenten ingeroepen, maar wie met politiek bezig is weet dat het cordon alléén bestaat om België in stand te houden als een natie in dienst van een coalitie van Waalse, francofone, kapitalistische, monarchale en syndicaal-conservatieve belangen. Door het cordon schakelt men immers een vierde van Vlaanderen uit, zodat er een fracofoon-Belgicistische meerderheid ontstaat, en deze meerderheid

zowel in Vlaanderen als in België verzekerd blijft van de macht.”

Publicist Mark Grammens in Journaal van 26 mei 2005

10. Heeft België een meerwaarde voor Vlaanderen?

Er zijn maar weinig dossiers die de afgelopen jaren zoveel ongenoegen en verontwaardiging bij de bevolking hebben losgeweekt als de goedkeuring van het vreemdelingenstemrecht. Alle peilingen gaven aan dat een ruime meerderheid in Vlaanderen (tussen 80 en 90 procent) daar absoluut tegen was. En toch is de Franstalige minderheid er in geslaagd om het de Vlamingen door de strot te rammen. Even de spierballen laten rollen en dreigen met de val van de regering volstonden om Guy Verhofstadt door het stof te laten kruipen.

De politici én de journalisten die durven beweren dat het onmogelijk is dat de éne taalgroep in dit land eenzijdig haar wil oplegt aan de andere, liegen of hebben grote gaten in hun geheugen. De Franstaligen hebben hun wil opgelegd en ons het vreemdelingenstemrecht opgedrongen. Ze hebben eenzijdig de wapenhandel geregionaliseerd, omdat hen dat goed uitkwam. Ze hebben het verbod op de tabaksreclame ongedaan gemaakt om het Formule 1-circus terug naar Francorchamps te kunnen halen.

Vlaanderen wil een aanpassing van de beruchte snel- Belg-wet, een wet waarover iedereen het eens is dat hij niet deugt, maar de Franstaligen willen daar niet van weten en dus komt er niets van in huis. Een drastische verlaging van de vennootschapsbelasting in Vlaanderen? Vergeet het maar, want Wallonië heeft daar geen geld voor en dus gaat het niet door. Geen snelrecht of regeling voor spijtoptanten. Geen jeugdsanctierecht. Geen doeltreffende controle op werklozen en werkweigering in Wallonië. Geen harde aanpak van de criminaliteit. Laurette Onkelinx, PS-minister van justitie, zorgt ervoor dat criminelen nog sneller vrij komen. Een bos van flitspalen in Vlaanderen terwijl die in Franstalig België op een hand te tellen zijn. In het noorden van het land een draconisch vervolgingsbeleid met monsterboetes, in het zuiden van het land worden de PV’s massaal geseponeerd. Flits en uw geld zit in Wallonië. Vlaanderen kan niet eens een erkende feestdag maken van 11 juli, omdat de Franstaligen daar nog altijd een stokje voor steken. Volstaat deze beknopte bloemlezing?

Vlaanderen wordt gegijzeld door een brutale Waalse chantagepolitiek. Als de Franstaligen iets willen en de Vlamingen voelen daar weinig of niets voor, volstaat het om even met de vingers te knippen, te dreigen met de val van de regering of het einde van België om hun zin te krijgen en de Vlaamse partijen als bange wezels door het stof te laten kruipen. De succesvolle strategie werkt ook feilloos in het omgekeerde geval. Zijn de Vlamingen vragende partij of leggen zij iets op tafel wat hen feitelijk of wettelijk toekomt, dan volstaat het voor de Walen alweer om te zeggen dat het “onbespreekbaar” is of te dreigen met de staatkundige atoombom om de Vlamingen terug in hun hok te jagen.

De goedkeuring van het vreemdelingenstemrecht en de zaak Brussel-Halle-Vilvoorde zijn het sprekende bewijs van wie het in dit land écht voor het zeggen heeft. Merkwaardig, toch? Want zijn het niet de Franstaligen die belang hebben bij het voortbestaan van België? Zijn het niet de Franstaligen die jaarlijks om en bij de 12 miljard euro uit de Vlaamse ruif komen halen? Waar halen zij het lef vandaan om in de hand te spuwen van die milde Vlaamse weldoener? Waar halen zij het recht vandaan om rechtmatige Vlaamse eisen hooghartig te blijven afwijzen?

Het is duidelijk: in dit land worden de rechten van de Vlamingen geschonden. Vlaanderen is de melkkoe die schaamteloos wordt uitgemolken en die daar alleen maar spot en vernederingen voor in de plaats krijgt. Wie nog een greintje zelfrespect heeft, moet luidop zeggen dat nu genoeg is geweest. België heeft voor de Vlamingen geen enkele meerwaarde. Weg ermee. Op naar de vrije Vlaamse staat!

“Het is opvallend hoe vaak Franstalige politici, in het bijzonder de PS, hun zin doordrijven terwijl ze de mindere zijn. Vlaanderen heeft een demografisch overwicht.

Vlaanderen zorgt voor het leeuwendeel van het Belgische bnp. Zowel Wallonië als Brussel zijn met een werkloosheid van 20 procent economisch geen levensvatbare entiteiten. Een argeloze buitenstaander zou denken dat Vlaamse politici het voor het zeggen hebben. Niet dus.”

Publicist Derk Jan Eppink in De Standaard van 3 februari 2005

    

“De Waalse regering moet zeer goed beseffen dat ze met vuur speelt. Als er één reden is waarom de steun in Vlaanderen groeit voor meer Vlaamse zelfstandigheid - twee op drie Vlamingen vragen dat nu - dan is dat de onwil in Wallonië om gemaakte afspraken te honoreren en behoorlijk om te springen met het belastinggeld dat voor 70 procent uit Vlaanderen komt.”

Journalist Luc Van der Kelen in Het Laatste Nieuws van 8 april 2005

 

“Wij Vlamingen hebben géén enkel probleem om solidair te zijn met onze Franstalige vrienden. Wij hebben er wèl problemen mee wanneer van ons geprobeerd wordt, wanneer men nationale regelgeving aan zijn laars lapt en nationale geldpotten misbruikt om de eigen zakken te vullen. Zoals in de werkloosheidsverzekering, zoals in de gezondheidszorg, zoals… in de hele sociale zekerheid.”

“Voor de Franstaligen is de Belgische staat een door de Vlamingen gefinancierde melkkoe en ze zijn er op georganiseerd om die maximaal te melken. De Waalse socialisten hebben hun volk zo lang geleerd het handje open te houden en dank u te zeggen dat het nu zelfs hun tweede natuur is geworden. Ons niet gelaten, maar niet langer op onze kap. Daarom: splitsen die boel.”

Journalist Eric Donckier in Het Belang van Limburg van 28 juli 2001

11. Hoe realistisch is het ‘België Barst’- scenario?

De kloof tussen Vlamingen en Walen wordt stilaan onoverbrugbaar. De vraag is vandaag niet meer of België barst maar wanneer. Ook Franstalige toppolitici houden steeds meer rekening met het uiteenvallen van België. Al proberen ze de doodsstrijd nog wat te rekken en hun prijs op te drijven.

Alle Vlaamse partijen hebben in het Vlaams Parlement een resolutie ondertekend (1999) waarin gepleit wordt voor de (volledige of gedeeltelijke) splitsing van de gezondheidszorg en het gezinsbeleid, een eigen justitie- en politiebeleid, de splitsing van de spoorwegen, meer fiscale en financiële autonomie en de mogelijkheid om Vlaamse sociale akkoorden af te sluiten. Met dat verlanglijstje is een regelrechte confrontatie met Wallonië onvermijdelijk. Di Rupo en de Waalse politici moeten beseffen dat zij niet eeuwig ‘neen’ kunnen blijven zeggen tegen al die Vlaamse verzuchtingen.

Er is echt geen revolutie nodig om België te ontbinden. Op een dag zal het systeem gewoon vanzelf blokkeren. De politici zullen moeten vaststellen wat zovele Vlamingen al veel langer hebben vastgesteld: dat het Belgische model niet meer werkt en hopeloos is vastgereden. Dat samen verder gaan geen zin meer heeft. Dat is het ogenblik waarop Vlamingen en Franstaligen de scheiding - die in de hoofden al heeft plaatsgevonden - in werkelijkheid moeten omzetten, in een scheiding van tafel en bed. Met een correcte verdeling van de inboedel én de schulden.

Voorlopig houden de Franstaligen nog vast aan het unitaire België omdat Wallonië en Brussel het Vlaamse geld nodig hebben en niet zonder de miljardentransfers kunnen. De dag dat die geldstroom in vraag wordt gesteld of drooggelegd, heeft België ook voor Wallonië geen enkele meerwaarde meer en hoeft het ook voor hen niet langer. Als de Vlamingen het tegen dan nog niet gedaan hebben, zullen de Franstaligen België begraven.

  

“De Walen zullen wel proberen bij de splitsing het onderste uit de kan te halen, zoveel mogelijk materiële voordelen binnen te halen. Dat weten we op voorhand. Maar ze zullen zelf de eersten zijn om de splitsing van België te vragen, van zodra Vlaanderen voor rechts kiest.”

Publicist Mark Grammens in Meervoud van januari 2005

 

“Als Vlaanderen genoeg alimentatie betaalt, is België zo gesplitst.”

Journalist Mark Platel in P-Magazine van januari 2005

12. Is een onafhankelijk Vlaanderen wel levensvatbaar?

Voorstanders van de Belgische eenheid beweren dat een onafhankelijk Vlaanderen niet leefbaar zou zijn. “Splitsen? En we zijn nu al zo klein!” is een argument dat vaak tegen Vlaamse onafhankelijkheid wordt opgeworpen. Een nepargument.

Klein maar welvarend

Als Vlaanderen en Wallonië soevereine staten worden, dan zal de uitgebreide Europese Unie twaalf landen kennen die kleiner zijn dan Vlaanderen, zelfs zes die kleiner zijn dan Wallonië. Vlaanderen heeft dan recht op 15 of 16 zetels in het Europees Parlement en acht of negen stemmen in de Raad van Ministers, net minder dan Oostenrijk, maar méér dan Slowakije, Denemarken en Finland.

Vlaanderen past met zijn zes miljoen inwoners en zijn internationaal georiënteerde economie perfect in het rijtje van kleine, welvarende landen zoals Ierland (3,7 miljoen), Noorwegen (4,4 miljoen), Finland (5,2 miljoen), Denemarken (5,3 miljoen), Zwitserland (7,1 miljoen), Oostenrijk (8,1 miljoen) en Zweden (8,9 miljoen). Wie durft beweren dat zes miljoen Vlamingen het economisch minder goed zouden doen dan de begin jaren negentig onafhankelijk geworden en sindsdien welvarende Baltische staten die respectievelijk 1,5 miljoen (Estland), 2,4 miljoen (Letland) en 3,7 miljoen (Litouwen) inwoners tellen? Waarom zou Vlaanderen zich niet kunnen meten met het kleine Ierland, de ‘Celtic Tiger’ die de jongste jaren een fenomenale economische groei kende?

De economische argumenten voor Vlaamse onafhankelijkheid zijn ijzersterk. Zo is Vlaanderen - samen met Brussel - goed voor 75 procent van het Belgisch bruto binnenlands product (BBP). Ruim 80 procent van de Belgische export wordt gerealiseerd in Vlaanderen.

Bij een rangschikking naar bruto binnenlands product per hoofd laat Vlaanderen onder andere Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Ierland, Finland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en uiteraard ook België achter zich. Vlaanderen staat op de zesde plaats inzake rijkdom, terwijl België pas de twaalfde plaats bezet. Dit is dan nog slechts mogelijk omdat Vlaanderen België naar een hoger niveau tilt. Enkel Luxemburg en Ierland doen het beter dan Vlaanderen.

De kleinere staten zouden wel eens de drijvende krachten kunnen zijn achter de economische groei in de eenentwintigste eeuw. Precies door hun kleinschaligheid zijn deze ‘region-states’ verplicht om verder te kijken dan de eigen grenzen.

Een onafhankelijk Vlaanderen is geen wensdroom, maar een haalbare kaart. Vlaanderen moet zijn lot in eigen handen nemen. Niet splitsen en doorgaan met België speelt in ons (economisch) nadeel. Hoog tijd dat we de geblokkeerde en door chantage bijeengehouden Belgische constructie inruilen voor een efficiënte en slagvaardige staat.

13. Burgeroorlog of fluwelen scheiding?

Zelfbestuur

Elk volk heeft recht op zelfbeschikking. Ook de Vlamingen moeten hun eigen lot kunnen bepalen, en dat kan het beste gebeuren via een eigen onafhankelijke staat. Alleen in een onafhankelijke Vlaamse staat kan het Vlaamse volk zich optimaal ontplooien. Vlaanderen moet zelf over zijn welvaart, welzijn en bestemming beschikten. Dat is heel wat anders dan de ‘Joegoslavische toestanden en etnische zuivering’ waarvoor sommigen waarschuwen. De splitsing van de Scandinavische Unie in Noorwegen en Zweden (1905) en de splitsing van Tsjecho- Slowakije in de Tsjechische Republiek en Slowakije (1992) bewijzen dat het mogelijk is om op een vreedzame, democratisch gelegitimeerde en internationaal aanvaarde manier tot de ontbinding van een staat en tot onafhankelijkheid te komen.

De ontbinding van de Scandinavische Unie

Tot 1905 vormden Noorwegen en Zweden een Scandinavische Unie. Ze hadden onder meer een gemeenschappelijke koning, een gemeenschappelijk buitenlands beleid en een gemeenschappelijke regering. Tussen de twee landen bestonden evenwel veel spanningen. Er volgden verschillende hervormingen waarbij de verhoudingen tussen Noorwegen en Zweden herschikt werden. Maar de spanningen bleven voortduren. Noorwegen en Zweden verschilden grondig van mening over de voorwaarden om de Unie verder te zetten.

Op 7 juni 1905 verklaarde het Noorse parlement de Unie met Zweden ontbonden. Noorwegen stuurde onmiddellijk gezanten naar het buitenland om te laten weten dat er geen ‘revolutionairen’ aan het werk waren en dat men geen oorlog met Zweden wilde. Eind juli 1905 ging het Zweedse parlement akkoord om de Unie te ontbinden. Er werden onderhandelingen aangeknoopt die in september afgerond werden. Ondertussen had de Noorse bevolking zich in een referendum uitgesproken voor onafhankelijkheid. Het opheffen van de Zweeds-Noorse Unie klaarde meteen de relaties tussen beiden landen uit. Luttele jaren na de Noorse onafhankelijkheid waren de relaties tussen beide landen beter dan ze ooit binnen de Unie geweest waren. Scandinavië was niet langer een potentieel conflictgebied, maar een voorbeeld van goed nabuurschap en samenwerking tussen onafhankelijke staten.

De ontbinding van Tsjecho-Slowakije

De situatie in Tsjecho-Slowakije vertoont heel wat gelijkenissen met België. Na de val van de Berlijnse muur in 1989 en de organisatie van vrije en democratische verkiezingen, verdwenen de communisten van het toneel. In het nieuwe land moesten de staatsstructuren helemaal opnieuw uitgetekend worden. Daarbij stond de relatie tussen de 10 miljoen Tsjechen en de 5 miljoen Slowaken bovenaan de politieke agenda. De Slowaken wilden als gelijkwaardige partners binnen de federatie aanzien worden. Voor de Tsjechen waren economische hervormingen dringender en belangrijker dan een eventuele staatshervorming. De crisis bleef voortduren. De Slowaken wilden langzame economische hervormingen, terwijl de Tsjechen sneller wilden gaan. 

In plaats van elkaar te gijzelen en te blokkeren, besloten de Tsjechen en Slowaken uit elkaar te gaan. Men besloot de federatie te ontbinden. Er volgde een reeks onderhandelingen waarbij de partijen zich soms hard opstelden, maar tegelijk begrepen dat een vlotte scheiding in het voordeel van beiden was. Voor de onroerende goederen gold het territorialiteitsbeginsel: de in Tsjechië gelegen gebouwen werden aan Tsjechië toegewezen, de gebouwen in Slowakije aan de Slowaken. De roerende goederen en de staatsschuld werden evenredig verdeeld tussen beide volkeren.

De tegenstanders van de splitsing hadden een catastrofescenario uitgetekend waarbij de scheiding gepaard zou gaan met een daling van de handel in beide landen, en een stijging van de werkloosheid. Niets van dat alles: de splitsing bleek de beste oplossing voor twee landen met een sterk verschillend economisch stelsel en een ander politiek landschap. Het handhaven van Tsjecho-Slowakije had wellicht voor veel meer wrijvingen gezorgd en zou geleid hebben tot voortdurende blokkeringen en een economisch beleid dat noch aan de Tsjechische, noch aan de Slowaakse noden tegemoet kwam.

Door de onafhankelijkheid van Noorwegen en Zweden was Scandinavië niet langer een potentieel conflictgebied en ook Tsjecho-Slowakije werd volkomen geweldloos opgesplitst in twee onafhankelijke staten die prima kunnen samenwerken. Waarom zou België deze vreedzame buitenlandse voorbeelden niet kunnen volgen?

    

14. Maar wat met Brussel? En de koning?

Brussel, hoofdstad van Vlaanderen

Brussel is historisch gezien een Nederlandstalige stad. Uit een systematisch onderzoek van alle bewaarde documenten die voor 1500 door Brusselse instellingen werden opgesteld, blijkt dat minder dan 5 procent hiervan in het Frans werd opgesteld. Op het einde van de achttiende eeuw en na het ontstaan van België werd het openbare leven echter volledig verfranst. Het onderwijs en de administratie waren eentalig Frans. Wie carrière wilde maken, moest Frans kennen. Door de sociale druk en omdat er nauwelijks Nederlandstalig onderwijs bestond, stuurden veel Vlamingen hun kinderen naar Franstalige scholen.

Ook mede door het toenemende aantal vreemdelingen die zich in de hoofdstad vestigden, zakte het aandeel van de Nederlandstaligen in Brussel van 90 procent in het begin van de negentiende eeuw tot zowat 15 procent op het einde van de twintigste eeuw. Niettemin is en blijft Brussel de hoofdstad van Vlaanderen.

Binnen België is Brussel verloren

Tegenstanders van de Vlaamse onafhankelijkheid werpen op dat een zelfstandig Vlaanderen Brussel zal verliezen. We moeten echter vaststellen dat binnen de Belgische context deze stad voor Vlaanderen al verloren is. De enige mogelijkheid om Brussel voor Vlaanderen terug te winnen, is precies de onafhankelijkheid.

De Vlaamse en de Brusselse economie zijn zeer nauw met elkaar verweven. Honderdduizenden Vlaamse pendelaars zijn overdag aanwezig in Brussel. Zaventem, de internationale luchthaven van Brussel, bevindt zich op Vlaams grondgebied. Brussel maakt dus om historische, culturele, geografische en economische redenen onlosmakelijk deel uit van Vlaanderen. Brussel kan uiteindelijk niet zonder Vlaanderen.

Vlaanderen biedt Brussel een aantrekkelijk toekomstproject als hoofdstad van Vlaanderen en als internationaal venster op de wereld. In een onafhankelijk Vlaanderen blijft Brussel zijn tweetalig statuut behouden. De Brusselse Franstaligen kunnen hun aparte identiteit behouden door garanties op taalkundig, cultureel en onderwijsvlak. Zij zijn dan volwaardige Vlaamse staatsburgers met dezelfde rechten en plichten. Dat zoiets perfect mogelijk is, bewijzen ook buitenlandse voorbeelden. Denken we maar aan Helsinki, de tweetalige (Fins-Zweeds) hoofdstad van Finland. Het spreekt voor zich dat het onafhankelijke Vlaanderen de taalwetten in Brussel wél correct zal toepassen.

Etat Wallo-Brux?

Steeds meer Franstalige politici houden ernstig rekening met het uiteenvallen van de Belgische staat en dromen daarbij hardop van een Wallonië dat aansluiting zoekt met Brussel. Zij hoeven zich echter geen illusies te maken: een ‘état Wallo-Brux’ is economisch en sociaal onleefbaar. Alleen Vlaanderen is in staat om de gigantische economische en sociale problemen van Brussel op te lossen.

Jarenlang werden de Vlamingen door de Franstalige elite in Brussel gemarginaliseerd. Het ronduit slechte bestuur in Brussel zorgde voor gettovorming en grote maatschappelijke spanningen. Een onafhankelijk Vlaanderen wordt niet langer verlamd door het politieke wanbeleid in Wallonië en kan investeren in een kordate aanpak van de criminaliteit, zodat Brussel weer een leefbare stad wordt. Een Vlaamse staat kan eindelijk komaf maken met de knuffelpolitiek tegenover vreemdelingen en werk maken van een streng en rechtvaardig vreemdelingenbeleid. Kortom, in een onafhankelijk Vlaanderen kunnen we er voor zorgen dat de autochtone Brusselaar zich weer thuis voelt in zijn eigen stad.

Republiek Vlaanderen

De erfelijke monarchie is een ondemocratische staatsvorm. De koning krijgt zijn functie door het toeval en niet door zijn capaciteiten. De kiezers kunnen zich niet uitspreken over de prestaties van de koninklijke familie.

De Belgische koninklijke familie was van in het begin verwikkeld in allerlei schandalen en heeft een fabelachtige rijkdom verworven, onder meer door het misdadige regime van Leopold II in Congo. Saksen-Coburg is één van de rijkste families ter wereld. Het is dan ook een regelrechte schande dat zij jaarlijks ruim 11 miljoen euro (!) van de belastingbetaler eist en verkrijgt.

De Belgische monarchie is bovendien anti-Vlaams. Zij is een instrument om de macht van de Franstaligen te bestendigen en om de Belgische staat als zodanig te doen overleven. Dat wordt ook toegegeven door tal van politici: Willy Claes, Louis Tobback en Elio Di Rupo zeggen republikein te zijn, behalve in België. Zij geven dus toe dat België niet democratisch is. De monarchie is een van de weinige symbolen die men probeert uit te spelen ten voordele van een vermeend Belgisch volk. Gewezen minister-president Luc Van den Brande werd door wijlen koning Boudewijn op het matje geroepen omdat hij durfde te pleiten voor meer Vlaamse zelfstandigheid. Het Hof heeft nooit aan de kant van de Vlamingen gestaan. Saksen-Coburg is voor Vlaanderen niet alleen overbodig, maar ook schadelijk.

In tegenstelling tot enkele andere landen, waar de monarchie beperkt is tot een louter ceremoniële functie, heeft de koninklijke familie in België veel macht en invloed. Denken we maar aan de bedenkelijke rol die het Hof speelde in tal van politieke kwesties. Kroonprins Filip liet zich nog niet zolang geleden laatdunkend uit over het Vlaams Belang en zijn één miljoen kiezers en schond daarmee de neutraliteit waartoe het Hof gehouden is. De koning geniet de facto immuniteit voor gerechtelijke onderzoeken – de ‘kroon mag niet ontbloot worden’ – en staat dus boven de wet.

De Vlamingen moeten als volk zelf hun staatshoofd kunnen kiezen. De Vlamingen bepalen uiteindelijk zelf de staatsvorm.

15. Veroordelen we Wallonië dan niet tot de bedelstaf?

Voor alle duidelijkheid: Vlaanderen is niet tegen een rechtvaardige vorm van solidariteit. Wij willen Wallonië dus helemaal niet veroordelen tot de bedelstaf. Maar men kan niet ontkennen dat de miljardenstroom vanuit Vlaanderen onaanvaardbare afmetingen en ondoorzichtige vormen heeft aangenomen. Daarenboven heeft de onafgebroken injectie van Vlaams geld de Waalse problemen niet opgelost.

Vlaanderen en Wallonië moeten hun eigen boontjes doppen. De ontbinding van België zal Wallonië niet in de afgrond storten, maar integendeel de Walen aansporen om het heft in eigen handen te nemen en te werken aan een eigen, welvarende toekomst. De onafhankelijkheid van Slowakije bewijst dat dit perfect mogelijk is.

Slowakije als voorbeeld

Vlaanderen is de economische motor van België. In Tsjecho-Slowakije speelde Tsjechië de economische voortrekkersrol binnen de unie. Zo stond Tsjechië in voor 80 procent van de totale export. Ook Vlaanderen tekent voor ruim 80 procent van de Belgische export. Anderzijds zijn er ook heel wat gelijkenissen tussen Wallonië en Slowakije. Beiden worden gekenmerkt door zware industrie en de niet onbelangrijke wapenindustrie. Net als de Slowaken zijn ook de Walen voorstander van een socialistisch geïnspireerde politiek en een relatief grote overheidsinmenging.

Reeds enkele jaren na de onafhankelijkheid verbaasde de sterke economische groei van de Slowaakse Republiek. Een OESO-rapport stelde dat Slowakije in Centraal- en Oost-Europa één van de landen met de beste resultaten was. Slowakije is vandaag nog altijd een stuk armer dan Tsjechië – de werkloosheid is nog steeds vrij hoog – maar het gaat beslist de goede richting uit.

Inhaalbeweging

Slowakije maakte na de ontbinding van de Tsjecho- Slowaakse unie een enorme economische inhaalbeweging. De onafhankelijkheid betekende een belangrijke stimulans voor de economie; de economische groei in Slowakije is de laatste jaren dubbel zo hoog als in België. De Slowaakse overheid voerde de noodzakelijke saneringsmaatregelen door, maakte werk van een verbetering van de staatsfinanciën en bouwde de gezondheidszorg en het sociale zekerheidssysteem verder uit. Onmiddellijk na de scheiding ging in eerste instantie Tsjechië er sterk op vooruit. Maar op iets langere termijn kwam de onafhankelijkheid ook Slowakije ten goede. Vandaag zijn de twee landen trouwens nog steeds elkaars belangrijkste handelspartner. Hetzelfde zal wellicht gelden voor Vlaanderen en Wallonië.

Vlaanderen is voorstander van solidariteit met andere volkeren, ook met het Waalse. Dat kan binnen de Europese context, waarbij alle rijke regio’s een inspanning leveren ten gunste van de armere. Maar essentieel is dat Wallonië uit zijn coma wordt gehaald. Het kan niet blijven profiteren van de Vlaamse welvaart. De voortdurende miljardentransfers wiegen Wallonië in slaap. De Waalse politieke klasse zal bij de ontbinding van België eindelijk voor zijn verantwoordelijkheid worden geplaatst. Dat moet Wallonië in staat stellen om komaf te maken met het politieke wanbeleid van de afgelopen decennia.

16. Is de Vlaamse onafhankelijkheid niet in strijd met het Europese eenwordingsproces en de wereldwijde globalisering?

Tegenstanders van een Vlaamse onafhankelijke staat werpen vaak op dat de Europese integratie of eenwording een Vlaamse staat overbodig maakt. Gezegd wordt dan dat de Belgische staat nu al “verdampt” binnen de Europese Unie en dat er in het Europa van morgen toch geen staten meer zullen zijn met echte grenzen en eigen bevoegdheden. De aanhangers van deze stelling zijn naïef of te kwader trouw. 

In het Europese besluitvormingsproces zijn enkel staten van belang. In de Europese Unie worden strategische beslissingen door de Europese Raad – de vergadering van staatshoofden en regeringsleiders – genomen. De Raad van ministers – de belangrijkste wetgevende instelling in de Unie – bestaat uit personen die hun staat vertegenwoordigen.

Deelstaten spelen geen rol van betekenis in de Europese besluitvorming. Het klopt dat Vlaanderen zetelt in het Comité van de Regio’s, dat omzeggens geen bevoegdheden heeft, maar eigenlijk horen we daar niet in thuis. Vlaanderen is immers een volwassen natie die niet kan en mag gelijkgeschakeld worden met steden en administratieve departementen. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, zijn de Europese integratie en de overheveling van steeds meer bevoegdheden naar het Europese niveau juist bijkomende argumenten voor Vlaamse onafhankelijkheid. Op de belangrijkste internationale fora wordt ons land vooral, zoniet uitsluitend, vertegenwoordigd door Franstalige politici en diplomaten. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Vlaamse belangen door de Belgische staat doelbewust en systematisch genegeerd en geschaad worden op het steeds belangrijker wordende Europese niveau.

Een kleine Vlaamse staat zou - zo wordt gezegd - totaal voorbijgestreefd zijn in een tijdperk van globalisering. En zijn we niet allemaal ‘wereldburgers’? Ook dat slaat bij nader inzien nergens op. Het is - tussen haakjes - trouwens merkwaardig dat dit argument vooral uit de hoek komt van zelfverklaarde ‘anti-globalisten’...

De staat is een noodzakelijk geraamte, een beschermingsmiddel voor de cultuur en identiteit van een volk. De staat kan als politieke instelling ook een niet onbelangrijk correctiemechanisme zijn voor de onvermijdelijke schadelijke sociale neveneffecten van de globalisering. De staat voert een op zijn maat gesneden asiel- en immigratiebeleid, zorgt voor een efficiënte administratie, degelijk onderwijs en een aantrekkelijk ondernemingsklimaat.

Na de val van het IJzeren Gordijn hebben een hele rits bezette landen, voormalige Sovjetrepublieken en satellietstaten, resoluut hun lot in eigen handen genomen en gekozen voor onafhankelijkheid. Zelfbewust en zonder complexen. En ze doen het over het algemeen goed. Waarom zou dat bij ons niet lukken?

Kleine staten zoals Vlaanderen hebben economisch onmiskenbaar een streepje voor. Tegen de vervreemding van de globalisering, kan een eigen Vlaamse staat een houvast bieden aan de bevolking. Een staat waarin mensen zich goed en thuis voelen.

17. Zal de internationale politiek de Vlaamse onafhankelijkheid wel aanvaarden?

België ontstond in 1830 onder druk van de buitenlandse politiek en internationale diplomaten. Diezelfde kringen zullen wel verhinderen dat het land straks uit elkaar spat, zo wordt gezegd of gevreesd. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Het kunstmatige België zag het levenslicht omdat men een bufferstaat wou tegen het machtige Frankrijk. Vandaag zijn de politieke omstandigheden natuurlijk totaal anders dan in 1830.

Het is inderdaad waar dat Europa en de internationale politiek argwanend of zelfs afwijzend staan tegenover politieke veranderingen of de geboorte van nieuwe staten. Maar uiteindelijk is het niet de diplomatieke wereld maar het volk dat beslist. De Europese Unie en de internationale gemeenschap willen vooral stabiliteit. De EU heeft er geen belang bij dat haar instellingen gevestigd zijn in de hoofdstad van een land dat afglijdt naar politieke instabiliteit en economische chaos. Als Vlaanderen en Wallonië een akkoord bereiken over de boedelscheiding, zal ook de EU daar genoegen mee nemen.

Intussen is de onafhankelijkheid van de Baltische staten een feit. Estland, Letland en Litouwen zijn door de internationale gemeenschap erkend en genieten met volle teugen van hun herwonnen vrijheid. Net zoals het onafhankelijke Kroatië en Slovenië. Ook bij de echtscheiding tussen Tsjechië en Slowakije heeft de internationale politiek zich bij de feiten én bij de wil van het volk moeten neerleggen.

In hoge politieke kringen bestond destijds nogal wat verzet tegen de hereniging van Oost- en West-Duitsland. Maar die hereniging was een langzaam groeiend proces waarvan de afloop uiteindelijk in de sterren stond geschreven. De Muur in Berlijn stond symbool voor een onnatuurlijke, kunstmatige scheiding. Net zo onnatuurlijk en kunstmatig als het Belgische keurslijf waarin Vlaanderen en Wallonië gevangen zitten. Het zelfbeschikkingsrecht der volkeren is herhaaldelijk en uitdrukkelijk erkend, bijvoorbeeld in het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (1966), het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO, 1966), de Slotakte van Helsinki (1975) en in de slotverklaring van de Wereldconferentie van Mensenrechten te Wenen 1993). Het recht op zelfbeschikking is moreel en juridisch een universeel recht. Het is toch wel van belang op te merken dat geen enkel van de verdragen die uitdrukkelijk het recht op zelfbeschikking van elk volk erkennen in tegenstrijd is met de individuele mensenrechten, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), noch het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM, 1950) of andere internationale verdragen.

België is gedoemd om te verdwijnen. De dag dat wij Vlamingen beslissen om op eigen benen te staan, moet en zal de internationale politiek de Vlaamse onafhankelijkheid vaststellen en erkennen.

18. Maar willen de Vlamingen dat wel?

In de marge van de politieke discussie over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, toverde PS-voorzitter Elio Di Rupo plots een konijn uit zijn hoge hoed. “Laten we een referendum houden over het voortbestaan van België. Laten we aan Vlamingen en Walen vragen of zij het einde van België willen”. Volgens Di Rupo staat de uitkomst bij voorbaat vast. Hij gaat er van uit dat boven en beneden de taalgrens een overweldigende meerderheid zich zou uitspreken voor het instandhouden van België. Zeker is dat niet en het proefballonnetje van Di Rupo werd in politieke kringen al snel afgeschoten. Jammer, want wij hebben helemaal geen schrik van zo’n referendum.

Politici en journalisten vertellen om de haverklap dat er ‘geen maatschappelijk draagvlak’ is voor een onafhankelijk Vlaanderen. Sinds wanneer houdt de politieke kaste in dit land rekening met de wil van de kiezer. Maar die argumenten van onze tegenstanders slaan natuurlijk nergens op. De Vlamingen hebben er nooit een geheim van gemaakt dat wij de Belgische staat willen opdoeken. 

En wat dat fameuze maatschappelijke draagvlak betreft: het komt er natuurlijk op aan wat en hoe je het vraagt. Op de vraag “Bent u voor of tegen het behoud van België?”, zal mogelijk een meerderheid “voor” stemmen. Ongetwijfeld in Wallonië. Maar in Vlaanderen?

Wij stellen voor de Vlamingen te vragen of ze tot hun dood willen opdraaien voor de Waalse verspilzucht. Of ze vinden dat Waalse politici, die ze niet verkozen hebben en dus ook niet kunnen wegstemmen, hun wil mogen blijven opleggen aan Vlaanderen. In het vreemdelingenbeleid, in de bestrijding van de criminaliteit, in de gezondheidszorg en ga zo maar door.

Is er in de Vlaamse huiskamers én in de bedrijfswereld in Vlaanderen nog wel een maatschappelijk draagvlak voor de jaarlijkse diefstal van 12 miljard euro, de voortdurende aanslag op onze Vlaamse jobs en onze Vlaamse welvaart? Het is maar een vraag. De enige vraag die er écht toe doet. Laten we die maar eens dringend stellen.

“De discussie over DHL en de nachtvluchten toont zwart op wit aan dat – in tegenstelling tot wat Guy Verhofstadt graag zou hebben – er in dit land géén federale loyaliteit is, dat solidariteit een soort éénrichtingsverkeer is van Vlaanderen naar Wallonië, dat wanneer Vlaanderen om solidariteit vraagt dit steevast een probleem is voor de Franstaligen. Daar moet men de gepaste conclusies uit trekken”.

Journalist Eric Donckier in Het Belang van Limburg van 27 september 2004

19. En wat na de boedelscheiding?

Wallonië is in feite al buitenland en wordt dat dan ook officieel. Maar het spreekt voor zich dat het einde van België niet betekent dat Vlaanderen alle bruggen met Wallonië zou opblazen. Ook de bewering dat een onafhankelijk Vlaanderen zou betekenen dat er een muur of een soort ijzeren gordijn rond ons land wordt opgetrokken, is niet meer dan een kwaadwillige karikatuur.

De staatkundige echtscheiding zorgt er wel voor dat Waalse politici zich niet langer kunnen bemoeien met de Vlaamse politiek en ons beleid bepalen. De verstandhouding is nu al jaren zoek. De nieuwe politieke realiteit zou er kunnen voor zorgen dat de relatie, die binnen België al tientallen jaren is verziekt, weer ontdooit. Een onafhankelijk Vlaanderen kan de Belgische bladzijde omdraaien en heeft alle belang bij een goede relatie met onze buren. Dus ook met de Walen.

Vlaanderen en Wallonië moeten elk hun eigen weg gaan. De Vlaamse staat kan in de toekomst de bestaande akkoorden en samenwerkingsverbanden met Nederland versterken. Die samenwerking kan een belangrijke troef zijn in de verdediging van de Nederlandse taal en in de uitbouw van onze economie.

Het is een publiek geheim dat er in politieke kringen in Wallonië gelonkt wordt naar Parijs. In het scenario van een onafhankelijk Vlaanderen, hebben de Walen natuurlijk het volste recht om dat te doen en zelf de weg uit te stippelen die ze wensen. Als zij aansluiting zoeken of willen zoeken bij het Franse ‘moederland’ is dat hun zaak. Wij gaan hen niet tegenhouden. Maar, voor alle duidelijkheid, dat zal zonder Brussel zijn. Dat Brussel zou in een groot Frankrijk trouwens verschrompelen tot een provinciestadje, in de eeuwige schaduw van Parijs.

 

 

“De onafhankelijkheid van Wallonië is een mogelijkheid, maar ze draagt niet onze voorkeur weg. In de eerste plaats omdat onafhankelijkheid tot een serieuze inlevering zou leiden. Onze economen hebben berekend dat, als je uitgaat van de transfercijfers van de KBC, een onafhankelijk Wallonië de belastingen met 16 tot 20 procent moet verhogen. Bovendien voelen we ons ook gemakkelijker in een groter geheel, een geheel dat landen verenigt die Frans spreken.”

Claude Thayse, voorzitter van het Rassemblement Wallonie-France, in De Tijd van 3 januari 2005

20. Vlaamse onafhankelijkheid: allemaal goed en wel, maar worden we daar ook beter van?

Als we ons niet vergissen was het Jos Geysels - politiek secretaris van het ter ziele gegaan en aan België verknochte Agalev - die ooit schamper opmerkte: “Wie zegt dat als België barst, de zon hier morgen elke dag schijnt, maakt de mensen wat wijs”. Dat noemen ze dus een waarheid als een koe… Wij hebben dat alvast nooit gezegd en aan niemand wijsgemaakt.

Het is juist dat Vlaamse onafhankelijkheid niet àlle problemen, en zeker niet van de ene dag op de andere, zal oplossen. Het is géén mirakeloplossing, maar wel een krachtige remedie tegen ‘de Belgische ziekte’ van communautaire spanningen, eindeloze onderhandelingen en onzalige Belgische wafelijzers en compromissen.

Vlaamse onafhankelijkheid kan en zal ons alvast de mogelijkheid geven de specifieke problemen van Vlaanderen aan te pakken, met eigen klemtonen en een doelgericht beleid. Met een beleid dat niet meer gesaboteerd wordt door onwillige Waalse partners, maar dat beantwoordt aan de specifieke noden, aan de behoeften en vragen van Vlaamse werknemers en werkgevers, aan de wil van de Vlaamse kiezer.

We denken daarbij aan een eigen pensioen- en gezinsbeleid, een kordate aanpak van de criminaliteit, krachtige stimulansen voor Vlaamse ondernemingen en KMO’s, een streng maar rechtvaardig integratiebeleid, de aanpak van het mobiliteitsprobleem…

Vlaamse onafhankelijkheid hoeft ook helemaal geen bedreiging te zijn voor onze Waalse zuiderburen. Integendeel. Ook zij hebben immers hun eigen problemen die een gerichte aanpak vragen. Meer zelfs: het voortbestaan van de Belgische structuren en transfers belet dat het roer in Wallonië wordt omgegooid. Hoe paradoxaal het ook mag klinken, de Waalse economie kan er alleen maar terug bovenop komen als we de miljardentransfers stopzetten. Alleen dàt kan ervoor zorgen dat de Waalse politici eindelijk hun verantwoordelijkheid opnemen en de puinhoop die zij er al die jaren van gemaakt hebben, beginnen op te ruimen.

De Vlamingen zijn géén vragende partij voor alweer een Belgisch rondje staatshervorming, waarbij de Vlamingen altijd een zware prijs moeten betalen voor wat hen eigenlijk gewoon toekomt. Wat ons betreft, is er maar één uitweg uit het Belgische moeras en dat is een zelfstandige Vlaamse staat binnen Europa!

“De Waalse werkloosheid is een schande die de Waalse ministers uit hun slaap zou moeten houden.”

Prof. Pestieau, Waals professor Economie, in Het Nieuwsblad van 20 mei 2005

 

“Zodra het met België is afgelopen, hebben we staatsgrenzen en dan is hetgedaan met dat wederzijds getreiter dat nergens toe leidt.”

Paul-Henri Gendebien, voormalig voorzitter van het Rassemblement Wallonie-France,

in Gazet van Antwerpen van 20 maart 2002

 

“De transfers houden het land weliswaar bij elkaar maar ze moedigen geen energiek antwoord aan op de economische roblemen van Wallonië. De Waalse politici concentreren zich vooral op de eeuwige zoektocht naar meer geld in plaats van te mikken op meer ondernemerszin.”

Prof. Capron, Waals professor Economie, in Het Nieuwsblad van 20 mei 2005

 

“In Wallonië worden alle economische projecten geëvalueerd op basis van politieke criteria. De vraag is vaak niet of het jobs oplevert, maar welke lokale socialistische baron de vruchten kan plukken.”

“Wallonië is armer dan Vlaanderen, toch kosten de kabinetten er de helft meer. Dat is toch niet normaal. Kijk naar het aantal ambtenaren. Als je het onderwijs en de non-profit buiten beschouwing laat, is er in Wallonië één ambtenaar voor vijf werknemers in de privé-sector. In Vlaanderen is dat één op tien. Is de Waalse administratie dubbel zo efficiënt als de Vlaamse? Ik heb daar in elk geval nog niets van gemerkt.”

MR-senator Alain Destexhe in De Standaard van 20 juni 2005

 



                

 

Einde lijst     Naar begin

De verantwoordelijke uitgever: Swa Cauwenbergh, Frankrijklei 29/4, 2000 Antwerpen, verbindt zich ertoe de Belgische wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer na te leven ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, gewijzigd door de wet van 11 december 1998.  Het invoeren van andere personen zonder hun medeweten kan strafrechterlijk worden vervolgd! (Adres & E-mail van de onderschrijver wordt niet getoond of vrijgegeven).